Info over...


Algemeen

De castratie van de kater is een verwijdering van de teelballen. Zo wordt er geen sperma en testosteron (mannelijk hormoon) meer geproduceerd.

Waarom

Bij katers gaan we voornamelijk castreren om karakter redenen:

  • Sproeien: dit is urineren op alle mogelijke plaatsen, om zo de typische doordringende geur te verspreiden en zijn territorium af te bakenen. Dit gebeurt zowel binnen als buiten.
  • Vechten: katers vechten meer met andere katers, met risico op krab- en bijtletsels, abcessen.
  • Weglopen: katers kunnen dagen tot wekenlang van huis wegblijven, tot ze uitgeput en vermagerd weer thuiskomen om energie op te doen, waarna ze opnieuw op stap gaan.
  • Onvruchtbaar maken om zo de wilde kattenpopulatie te onderdrukken. In Beveren wordt het 'wilde katten' aantal beperkt door het zwerfkatten project (voor meer info bel naar de gemeente).
  • Minder sterke urinegeur

Nadelen

Enkele mogelijke nadelen van het castreren van een kater zijn:

  • Verdikken : Door de castratie en de hormonale veranderingen die dat met zich meebrengt, verandert het metabolisme (verbranding) van het dier waardoor een gecastreerd dier inderdaad meer aanleg heeft tot verdikken. Hierop kan je zelf echter gemakkelijk inspelen : aangepaste voeding (met verlaagd energie-gehalte), voldoende beweging, geen ‘tussendoortjes’ en regelmatige gewichtscontroles maken dat het gewicht onder controle te houden is.
  • Mogelijkheid tot ontwikkelen van blaasstenen en/of blaasgruis : Wanneer de kater door het optreden van blaasstenen of gruis geobstrueerd raakt, moet hij gesondeerd worden. In erge gevallen moeten de stenen operatief verwijderd worden. Door de voeding van de kater aan te passen is het optreden van blaasstenen of blaasgruis echter perfect te voorkomen.
  • ‘sproeigedrag’ verdwijnt niet: In het overgrote deel van de castraties zal het gedrag van de kater, zelfs wanneer uitgevoerd op oudere leeftijd een sterke verbetering van het sproeigedrag laten zien. In sommige gevallen valt het effect tegen. Het is moeilijk te voorspellen hoe dieren zullen reageren op een castratie.

Ideale leeftijd

Wettelijk ben je verplicht om je katertje te laten castreren alvorens hij van eigenaar wisselt, dus rond de leeftijd van 12-16w.





Algemeen

  • De castratie van de hond is een verwijdering van de teelballen. Door de verwijdering van de teelballen wordt het voor de reu onmogelijk om sperma en testosteron (mannelijk hormoon) te produceren.
  • Soms wordt een sterilisatie (onderbinding van de zaadleider, zoals bij de mens) uitgevoerd (vb bij tentoonstellingshonden). Hierdoor wordt enkel de sperma-productie onmogelijk gemaakt. De reu kan verder wel testosteron blijven produceren. Eventuele karaktereigenschappen; gelinkt aan dit mannelijk hormoon worden daardoor niet onderdrukt.
  • Het is ook mogelijk om door een inspuiting of een implantaat een ‘chemische castratie’ uit te voeren.

Voordelen

In tegenstelling tot de teef, gaan we bij reuen om andere redenen al dan niet castreren:

Bij reuen wordt er sneller gecastreerd omwille van karakterproblemen:

  • ‘Beentje rijden’
  • Sexuele opwinding en ontsnappingsdrang wanneer loopse teven in de buurt zijn
  • ‘Pootje opheffen’ en plassen om het territorium af te bakenen
  • Agressie tegen andere honden en/of mensen

Er zijn natuurlijk eveneens medische problemen die een castratie vereisen:

  • Teelbalkanker
  • Prostaatproblemen
  • Perianaal breuken (dit is een breuk naast de anus waar blaas en/of darmen in zitten)
  • Bepaalde tumoren rond de anus (perianaaltumoren)
  • Cryptorchidie (= wanneer 1 of beide teelballen niet tot in de balzak zijn afgezakt)
  • Sommige gedragsproblemen. Het effect van castratie is meestal goed tot zeer goed. Er zijn echter ook honden waarbij het gedrag reeds zodanig ingebakken is dat castratie geen tot weinig effect heeft. Een exact percentage is hier niet op te plakken. Wel is het zo dat het effect beter is naarmate het dier jonger is. Een goede richtlijn om afwijkend gedrag van jonge honden te vermijden is deze dieren te castreren rond de leeftijd van 6 maanden. Wanneer de operatie op die leeftijd uitgevoerd wordt hebben de mannelijke hormonen het gedrag van de hond nog niet veranderd en omdat ze na de operatie niet meer geproduceerd worden zullen ze dat in het later leven ook niet meer doen.

Nadelen

  • Verdikken : Als nadeel wordt dikwijls genoemd dat de hond dikker wordt. Door de castratie en de hormonale veranderingen die dat met zich meebrengt, verandert het metabolisme (verbranding) van het dier waardoor een gecastreerd dier inderdaad meer aanleg heeft tot verdikken. Hierop kan je zelf echter gemakkelijk inspelen: aangepaste voeding (met verlaagd energiegehalte), voldoende beweging, geen ‘tussendoortjes’ en regelmatige gewichtscontroles maken dat het gewicht onder controle te houden is.
  • De vacht : ¬†soms zien we een lichte verandering van de vacht